Profiel, profiel, profielwerkstukken

https_cdn.evbuc.comimages36063285728479861651original

Ook dit jaar komen voor de profielwerkstukken weer de interviewvragen binnen – liefst per email te beantwoorden, want anders moeten de leerlingen helemaal naar Amsterdam of Groningen reizen. Elk jaar sla ik een serie vragen en antwoorden op, omdat ze ook voor de komende profielwerkstukken weer bruikbaar zijn. Dit jaar zijn de eerste vragenstellers over volksverhalen wederom meisjes.

Beste Esmee, Aniek en Silke,

Het zal jullie niet verbazen dat jullie niet de eersten zijn met vragen over volksverhalen voor je profielwerkstuk.
Zie hier de nodige antwoorden die ik eerder al gegeven heb:
Het is weer profielwerkstukkentijd (2015)
Alweer profielwerkstukkentijd (2016)

  1.  Wanneer, hoe en waarom ontstonden legenden?

Om te beginnen denk ik niet dat jullie echt legenden bedoelen. Strikt genomen gaan legenden over heiligen of heilige voorwerpen. Dus bijvoorbeeld over de Heilige Nicolaas, of over een hostie die niet verbrandt in het vuur. Waarschijnlijk willen jullie eigenlijk vragen naar sagen, omdat jullie ook geïnteresseerd zijn in sagen rond de bokkenrijders (dat zijn dus ook geen legenden). Wanneer, hoe en waarom ontstonden sagen? Dat is een complexe vraag, die eigenlijk niet goed te beantwoorden is. Jullie vraag is vergelijkbaar met de vraag: wanneer, hoe en waarom ontstond muziek? Wanneer zullen volksverhalen (waar sagen deel van uitmaken) ontstaan zijn? Vanaf het moment dat mensen met taal kunnen communiceren. In de steentijd zullen de eerste mythen en sagen verteld zijn, ‘s avonds rond het kampvuur. Mythen over goden bijvoorbeeld, of sagen over tovenaars. Verhalen over geesten zullen ook wel heel oud zijn. Verhalen over heksen ontstonden pas in de late middeleeuwen. Moderne sagen oftewel broodjeaapverhalen zijn veelal pas ontstaan na de Tweede Wereldoorlog. Eigenlijk kun je zeggen dat élk verhaal zijn eigen (ontstaans)geschiedenis heeft, en dat je weinig algemene uitspraken kunt doen. Hoe ontstonden sagen? Veel traditionele sagen gaan over bovennatuurlijke zaken: magie, spoken, weerwolven, witte wijven, hekserij… Ze ontstonden op het moment dat mensen erin gingen geloven, er bang voor waren en elkaar erover gingen vertellen en waarschuwen. Voor de waarom-vraag geldt min of meer hetzelfde: mensen hebben behoefte om informatie uit te wisselen over de bovennatuurlijke zaken waarin ze geloven. Omdat ze bang zijn, of om elkaar te waarschuwen. “Ga ‘s avonds maar niet meer naar buiten, want anders grijpt de weerwolf je”.

  2.  Hoe werden legenden door de geschiedenis heen verspreid?

Jullie bedoelen weer sagen of volksverhalen. In eerste instantie alleen van mond op mond – de verhalen reisden met mensen mee, van dorp naar dorp. Als een soort golven in een vijver als je er een steen in gooit kunnen volksverhalen zich verspreiden. Eenvoudige verhalen kunnen overigens ook op meerdere plaatsen tegelijk ontstaan, zoals verhalen over hele kleine, of juist hele grote mensen: kabouters en reuzen. Als verhalen later op schrift komen te staan, kunnen ze wijder verspreid worden, zeker met de boekdrukkunst. Niet dat de mondelinge overlevering dan verstomt, maar het schrift komt erbij en maakt ook nog eens dat verhalen beter en langer onthouden worden. Veel later komen er andere media bij: radio, televisie, film, internet. Het kan overigens ook gebeuren dat bijvoorbeeld ingewikkelder verhalen eerst op schrift ontstaan, en later pas in de mondelinge overlevering terecht komen. Vrijwel alle sprookjes van Andersen zijn eerst geschreven, en daarna pas voorgelezen en doorverteld.

  3.  Hoe zijn de volksverhalen veranderd sinds het ontstaan?

Ook dat is weer een vrijwel onmogelijke vraag om te beantwoorden. Hoe is muziek veranderd sinds het ontstaan? Het is maar net naar welke verhalen je precies kijkt en op welk moment. Verhalen over heksen zijn in de late middeleeuwen ontstaan: toen begon men te geloven dat vrouwen een pact en seks met de duivel konden hebben, dat ze konden vliegen (eventueel met een bezem) en dat ze schadelijke magie bedreven (misoogsten, moord). Dit geloof heeft in de Renaissance veel vervolgingen tot gevolg gehad. Gaandeweg hield men op in echte heksen te geloven, het eerst de mensen die wat hoger opgeleid waren. De verhalen bleven weliswaar bestaan, maar de vervolgingen stopten. Nog weer later stopte iedereen met geloven in echte heksen, en hielden de verhalen als waarschuwing ook op. Heksenverhalen daalden af naar een kindergenre (Harry Potter) of werden omgebogen naar positieve Wicca-verhalen. Maar zo valt er over elk genre en elk verhaal wel weer een andere geschiedenis te vertellen. Verhalen over drakendoders zijn heel oud, het verhaal van Hans en Grietje wordt pas voor het eerst in de 19e eeuw opgetekend (wat relatief laat is). Zeker is in elk geval dat volksverhalen nooit statisch zijn: ze zijn altijd aan verandering onderhevig, per ongeluk (je kunt niet alles letterlijk onthouden) of expres (aanpassing aan nieuwe opvattingen, modes, geloven, een bepaald publiek). Sprookjes waren vroeger doorgaans bestemd voor pubers en volwassenen, en er zat dan redelijk veel seks en geweld in. Toen het een kindergenre werd, haalde men de seks en het geweld er veelvuldig uit om de tere kinderziel te sparen. De huidige sprookjesfilms (minus Disney) maken het genre weer wat volwassener.

  4.  Voor wie waren welke verhalen bedoeld?

Zoals gezegd waren volksverhalen, sagen maar ook sprookjes en moppen, meer bestemd voor pubers en volwassenen, alhoewel kinderen ook mee mochten luisteren. Sprookjes werden in de 20e eeuw een kindergenre, en sagen tot op zekere hoogte ook. Sagen worden nu nog graag verteld op toeristische routes: niet meer omdat mensen bang worden van de verhalen, maar omdat ze ze eerder nostalgisch vinden. Maar eigenlijk moet je weer per individueel verhaal kijken naar naar de doelgroep. Moppen zijn tegenwoordig vaak voor pubers en volwassenen, maar poep en pies-grapjes voor kinderen. Broodjeaapverhalen zijn voor pubers en volwassenen, maar de horrorclowns en de gruwelijke whatsapps (ik ben een dode jongen; stuur mijn bericht door anders kom ik je vannacht vermoorden) en de verhalen over de Charlie Charlie Challenge zijn weer meer kinderfolklore (vooral rond Halloween).

  5.  Welke factor draagt bij aan de populariteit nu?

Qua onderwerp doet seks het goed in moppen. Enge onderwerpen doen het goed in broodjeaapverhalen – bijvoorbeeld over spookhuizen of moslim terroristen. Sprookjes doen het nu goed in films, maar vooral als er nu stoere meiden in de hoofdrol voorkomen (die niet meer passief in een glazen kist gaan liggen wachten tot een vent ze komt redden). Maar als je niet het onderwerp maar het medium bedoelt, dan is het antwoord natuurlijk: internet, sociale media. Die verspreiden heel veel verhalen, moppen, geruchten, fake news…

  6.  Hoe bekend is de legende nu nog?

In echte legenden wordt alleen nog door een handjevol katholieken geloofd. Maar jullie bedoelen waarschijnlijk sagen. De traditionele sagen zijn nu vooral nog bekend uit nostalgische verzamelbundels en kinderboeken (Harry Potter, Dolfje Weerwolfje). Volksverhaalgenres die nu nog echt in de mondelinge overlevering en op sociale media worden uitgewisseld zijn de moderne sagen (broodjeaapverhalen) en moppen. Dit zijn de bloeiende, levende genres.

  7.  Hoe wordt het verhaal nu nog gepubliceerd?

In boeken, verhalenbundels, en in databases zoals de Nederlandse Volksverhalenbank: www.verhalenbank.nl
Uit sprookjesboeken wordt nog wel volop voorgelezen voor kinderen, en ook de Efteling speelt een rol in het behoud van sprookjes (op hun manier). Disney maakt nog altijd nieuwe sprookjesfilms, al zijn ze niet meer zo suikerzoet als vroeger.

   8. Wij zijn ook benieuwd naar wat uw beroep precies inhoudt.

Officieel is mijn leeropdracht: onderzoek doen naar volksverhalen en vertelcultuur in Nederland van de middeleeuwen tot heden in een internationaal perspectief.
Daartoe verzamel ik verhalen, stop ik ze in een database, en bestudeer ik ze naar vorm, functie en betekenis. Vooral de verandering in de tijd is een interessant onderwerp, Maar ook de betekenis die mensen aan een bepaald verhaal geven. En de impact die verhalen hebben op ons dagelijkse leven. Waarom geloven mensen in bepaalde verhalen?
Onderzoek doe ik vooral aan het Meertens Instituut in Amsterdam. Ik geef over dit onderwerp ook onderwijs aan de Universiteit van Groningen.
Maar daarnaast moet ik ook veel vergaderen, formulieren invullen en rapporten schrijven, dus er gaan ook heel wat dagen voorbij dat ik geen onderzoek kan doen.

Hopelijk beantwoordt dit jullie vragen.

Groeten van Theo

Advertisements

Leave a comment

Filed under Uncategorized

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s