Het is weer profielwerkstukkentijd!

quotes,fairytale

Niemand hoeft mij eraan te herinneren dat het weer tijd is om profielwerkstukken te gaan schrijven. Ieder jaar stromen de vragen vanzelf mijn mailbox binnen. Het zijn meestal groepen meisjes die “iets” met sprookjes willen doen. In het ergste geval zitten hun lieve hoofdjes vol met esoterische onzin, soms weten ze alleen vragen te stellen van het type “waarom houden mensen van sprookjes?” Als de school dichtbij is, willen ze me komen interviewen. Is de school ver weg, dan sturen ze een vragenlijst. Dit jaar kreeg ik onder andere een mail van Anneke, Channell, Josien en Britt uit Hengelo (HAVO 5), en hun docent stuurde er nog een mail achteraan dat het heus heel serieuze meiden waren, en of ik toch alstublieft wilde antwoorden. Ze kwamen uiteindelijk met acht vragen, die ik niet kon afdoen met verwijzingen naar FAQ-pagina’s of artikelen. Ik zet de vragen en antwoorden hier online in de hoop dat ik er later nog eens naar terug kan verwijzen.

1. Wat is de relatie tussen sprookjes en fantasy en hoe kan het dat de jeugd daar zo gek op is?

Van sprookjes wordt verondersteld dat ze (vroeger) vooral in de mondelinge overlevering hebben gecirculeerd. Fantasy is meer een literair en dus schriftelijk genre. Ze zijn dus wel verschillend, maar beide genres hebben als duidelijk raakvlak dat er in de verhalen dingen kunnen gebeuren die in werkelijkheid niet kunnen (zoals magie en een confrontatie met bovennatuurlijke wezens). Tegenwoordig kennen mensen sprookjes toch vooral uit sprookjesboeken, en daarmee komen de genres nog dichter bij elkaar. Wel is het zo dat sprookjes altijd in een onbestemd verleden spelen, terwijl veel fantasy zich in de toekomst kan afspelen, en een vorm van science fiction kan zijn.

Het tweede deel van jullie vraag klopt niet helemaal. Het zou moeten zijn: hoe kan het dat de jeugd daar NU zo gek op is. In de middeleeuwen was de jeugd bijvoorbeeld gek op ridderverhalen. Eind 19e en begin 20e eeuw waren jongeren gek op verhalen over cowboys en indianen. Tot in de jaren vijftig maakte Hollywood talloze westerns. Zo zijn er ook periodes geweest waarin de jeugd dol was op realistische verhalen, of juist op science fiction. Zulk soort voorkeuren lijken vooral een kwestie van mode. De liefde voor fantasy is eigenlijk pas ingezet met de Harry Potter-boeken. Geen enkele uitgever had dat zien aankomen, maar het bleek toch zo te zijn. Exit Pippi Langkous, hallo Harry Potter. Sindsdien is Hollywood naarstig op zoek naar aanverwante scenario’s. Naast Lord of the Rings en de Hobbit plundert men nu de aloude sprookjes. Zo’n mode gaat ook weer een keer over, al blijft er natuurlijk altijd een onderstroom van liefhebbers van verhalen over magie en andere onwerkelijke maar spannende zaken.

2. In de loop van de eeuwen zijn er veel verschillende versies van sprookjes ontstaan. Hoe kan het dat bepaalde versies zo bekend zijn en andere haast vergeten?

Vroeger waren sprookjes niet speciaal bedoeld voor (kleine) kinderen, maar meer voor pubers en volwassenen. Die versies waren vaak kind-onvriendelijker, wreed, gewelddadig, en sterk seksueel getint. In oudere versies kan het gebeuren dat Doornroosje door de prins in haar slaap wordt bezwangerd (wij zouden nu zeggen: verkracht), en ze wordt pas wakker als ze twee kinderen heeft gebaard. In andere versies kruipt Roodkapje geheel naakt in bed bij meneer de boze wolf, maar weet ze ook net op tijd weg te lopen. De stiefmoeder van Sneeuwwitje moet aan het eind van het verhaal gloeiend hete ijzeren schoenen aantrekken en zich op het bal dooddansen. Sinds het sprookje vanaf het eind van de 19e eeuw steeds meer ervaren wordt als een kinder-genre, zijn de seksuele en wrede elementen uit het verhaal gehaald. De volwassenen waren bang de tere kinderziel te schaden. Heel veel andere volwassen sprookjes zijn hierom in de loop der tijd verloren gegaan – al zijn ze wel tijdig opgetekend en gecatalogiseerd. De canon van nu nog gekende sprookjes is ingedikt van enkele honderden naar enkele tientallen, en het boek van de Grimms heeft daarbij ‘gewonnen’; de mooiste sprookjes hieruit staan nu nog altijd in de top tien.

3. Vanaf wanneer is men begonnen met het vertellen en/of schrijven van sprookjes?

Eigenlijk is op deze vraag geen goed antwoord te geven, omdat we dat allemaal niet precies weten. Bovendien zijn sommige sprookjes heel oud, maar andere pas in de 19e eeuw bedacht, en dus betrekkelijk jong. Het hangt er om te beginnen dus maar helemaal van af naar welk sprookje je kijkt. Dan nu toch een poging tot een antwoord:

Laten we er even van uitgaan dat sprookjes een heel oud genre vormen (dat is niet zeker: er zijn voldoende volkeren die geen sprookjes hebben gekend). De oudste sprookjes zijn dan in principe mondeling verteld. Dat aller-oudste sprookje zul je niet kunnen dateren, omdat het nooit is opgeschreven (bij gebrek aan schriftcultuur). Het oudste sprookje zal dan wel in de late steentijd zijn verteld, nadat ons brein een evolutiesprong maakte zo’n 200.000 jaar geleden, en menselijke taal, creativiteit en fantasie ontstonden. Rond het kampvuur kunnen de primitieve mensen dus sprookjes aan elkaar hebben verteld. De oudste sprookjes zijn opgetekend zodra culturen het schrift ontdekten. De oude Grieken en Romeinen hebben verhalen opgetekend die we nu nog als sprookjes herkennen. Heel oude sprookjes zijn de verhalen waarin Odysseus tegen de reus (cycloop) vecht, of het drakendoders-verhaal.
Mensen hebben er lang over gedaan voordat ze ook een schrift ontwikkelden. Hun oude verhalen lijken eigenlijk nog niet op de sprookjes zoals wij ze kennen: het zijn vooral spannende avonturenverhalen. Pas veel latere schrijvers als Perrault en de Grimms hebben een specifieke sprookjesstijl ontwikkeld die je in oudere cultuurfasen eigenlijk zelden tegen komt.

Sprookjes zouden dus heel oud kunnen zijn, maar de meeste zijn het waarschijnlijk niet. Sommige sprookjes stammen uit de middeleeuwen, maar sprookjes worden pas in het Italië van de 16e en 17e eeuw een echte hit, met schrijvers als Straparola en Basile. In de 17e eeuw nemen de Fransen het over met Perrault en Madame d’Aulnoy. In de 18e en 19e eeuw zijn de Duitsers er vatbaar voor (Musäus, de Grimms, Bechstein) en Denemarken brengt in de 19e eeuw een echte sprookjesschrijver voort: Hans Christian Andersen. Veel sprookjes lijken dus na de middeleeuwen te zijn ontstaan en op schrift. Vroeger noemde men dat kunstsprookjes i.t.t. volkssprookjes. Een beroemd sprookje als Hans en Grietje kennen we pas sinds de 19e eeuw; daarvóór is het nergens gevonden.

4. Voor wie zijn sprookjes oorspronkelijk eigenlijk geschreven? Waren ze altijd al voor kinderen bedoeld of voor een andere doelgroep?

Gezien de volwassen trekken van de oudere sprookjes wordt verondersteld dat de oudere sprookjes eerder voor pubers en volwassenen bedoeld waren. Veel jonge helden in sprookjes moeten zich zien los te maken van hun ouders, en een zelfstandig bestaan leren opbouwen met een jonge partner. Nogal wat sprookjeshelden zijn pubers in de leeftijd dat ze op zoek gaan naar een huwelijkspartner. Pas gaandeweg de 19e en 20e eeuw zijn sprookjes een echt kindergenre geworden. Er was aanvankelijk maar een kleine groep sprookjes meteen bestemd voor kinderen: de sprookjes waarin kinderen zelf de hoofdrol spelen, zoals Roodkapje, Hans en Grietje, en de Wolf en de Zeven Geitjes. Dat waren duidelijke waarschuwingssprookjes voor de kleintjes.

5. Zijn er verschillen tussen de sprookjes van vroeger en van nu en wat zijn die dan?

Uit het voorafgaande is al gebleken dat dat zo was. Oudere sprookjes zijn wreder, gewelddadiger en seksueel getinter. Er is vaak minder compassie en medelijden in de oudere sprookjes. Liefde voor de natuur komt in oudere sprookjes zelden voor, liefde voor dieren ook niet zo vaak. Niemand zit ermee als een kat in een verhaal een schop krijgt als men denkt dat het een heks is. Als een held met twee koeien in een zinkende boot zit, springt hij in oudere versies uit de boot en laat de koeien verdrinken. In modernere versies roeit de held eerst nog naar de kant en jaagt ze het bos in. Vlak voordat het hele kasteel van Doornroosje in slaap valt, dreigt de kok het koksmaatje een draai om de oren te geven. Die klap wordt in moderne versies verzwegen want als kindermishandeling ervaren. In oudere versies kan een gevangen meisje door rovers worden misbruikt als seks-slavin, en worden haar baby’s vermoord, in moderne versies wordt ze gedwongen om het huishouden te doen en kippen te plukken (da’s in de huidige optiek al erg genoeg). Kortom, vertellers passen sprookjes steeds aan aan de nieuwe heersende normen en waarden, en aan het publiek.

6. Is er misschien een cultuurhistorische verklaring voor het succes van dit soort literatuur?

Deze vraag is wel heel algemeen. Met dit soort literatuur bedoelen jullie kennelijk sprookjes, maar bedoelen jullie door de eeuwen heen? Het is namelijk niet zo dat sprookjes door de eeuwen heen altijd maar een dominant en geliefd genre zijn geweest. Belangstelling voor sprookjes en fantasy zie je in golfbewegingen komen en gaan, en per land verschillen. Sprookjes zijn duidelijk bedoeld als fictie en kunnen in verschillende tijden en streken een ideaalbeeld en een tijdelijke escape uit de werkelijkheid vormen: denk aan het ideaal van het eenvoudige landleven waarbij men kan wegdromen. In sprookjes zit vaak één of andere wensdroom verscholen: een verlangen naar een beter leven, een ideale partner, erkenning, verlossing van armoede en honger… In sprookjes wordt het kwaad steeds door het goede overwonnen, en dat is natuurlijk een krachtige boodschap waarin we graag willen geloven. Wellicht dat in tijden van crisis en tegenslag er sneller op het sprookje wordt teruggegrepen – tijden van hongersnood, pestilentie en oorlog(sdreiging) om het leven wat meer kleur en hoop te geven. Je kunt je afvragen welke crisis er nu heerst dat sprookjes weer zo populair zijn. De Harry Potter-boeken lijken populair te zijn geworden in een periode van ideologische desoriëntatie en onzekerheid over de eigen westerse identiteit. Mogelijk valt het te verklaren vanuit de verscherping van de tegenstellingen tussen het westen en de islam. Gaat het om redelijk willekeurige modegolven of cultuurhistorisch te duiden ontwikkelingen? Ik durf hierover geen al te stellige uitspraken te doen.

7. Waarom zijn deze verhalen zo dominant aanwezig in de massacultuur?

De vraag impliceert dat dit zo is: sprookjes zijn dominant aanwezig in de massacultuur. Ik denk dat dat vele eeuwen lang niet echt steeds gegolden heeft. Bedenk bovendien dat volkeren als de Maori, de Aborigines en vele Indianenstammen nooit sprookjes hebben gekend. Sprookjes zijn een Euraziatisch fenomeen (met medeneming van het Midden-Oosten en Noord-Afrika). Hoe zouden de Maori verhalen over ridders en prinsessen hebben moeten ontwikkelen als ze zelf nooit een feodaal tijdperk hebben meegemaakt? Pas met de komst van de kolonisten zijn dergelijke volkeren in aanraking gekomen met sprookjes. Met andere woorden: sprookjes zijn geen universeel fenomeen. En ze zijn dus niet altijd en overal dominant geweest. Het is eigenlijk pas sinds het enorme succes van de Kinder- und Hausmärchen (19e eeuw) van de gebroeders Grimm dat sprookjes echt in ons aller collectieve geheugen terecht zijn gekomen. We worden sindsdien van kinds af aan geconfronteerd met een hoeveelheid uitverkoren sprookjes. Ruim een eeuw lang herkennen we de parodieën op sprookjes en de sprookjestaferelen in pretparken omdat een zekere hoeveelheid sprookjes tot onze canon en onze opvoeding is gaan behoren. Dat komt vooral ook omdat volwassenen (en leraren) zijn gaan vinden dat sprookjes deel van ons cultureel erfgoed zijn geworden, en dat een opvoeding zonder sprookjes eigenlijk ondenkbaar is.

8. Hoe hebben religieuze stromingen in West-Europa zich verhouden tot het fenomeen sprookjes?

Ik beperk me even tot de christelijke stromingen. Gematigde stromingen van het katholicisme en het protestantisme hebben eigenlijk nooit moeite gehad met sprookjes, zolang ze als een vorm van aangename fictie werden beschouwd. Hoogstens had men wel eens bezwaar tegen de onwaarachtigheid (leugenachtigheid) van sprookjes. Vergelijking van Noord- met Zuid-Nederland heeft uitgewezen dat katholieken gemiddeld het meest van wondersprookjes of toversprookjes houden, dus sprookjes met magie of iets wonderbaarlijks erin. Wondergeloof is het katholicisme immers niet vreemd. Katholieke vertellers laten ook met gemak Jezus of Petrus in hun sprookjes een rol spelen zonder dat iemand daar aanstoot aan neemt. Het Vaticaan verwacht van zijn gelovigen wel dat ze sprookjes opvatten als fantasie. Toen kinderen de Harry Potter boeken wat al te serieus begonnen te nemen, werd er vanuit het Vaticaan wel negatief op de toverij en hekserij in de Potter-boeken gereageerd, maar dit bericht werd enige tijd later weer herroepen. Protestanten lijken gemiddeld wat minder gecharmeerd te zijn van wondersprookjes: zij lijken wat meer de voorkeur te geven aan avontuurlijke en grappige sprookjes (zonder magie).

Er is eigenlijk maar één groep die vrij systematisch tegen sprookjes is: de orthodox gereformeerden. Zij nemen de toverij, toekomstvoorspelling en hekserij in sprookjes ernstig op, en halen bijbelcitaten aan die zich keren tegen deze vormen van occultisme, ketterij en satanisme, waarvan zij in het dagelijkse leven maar al teveel reële voorbeelden menen te zien.

Aanbevolen literatuur:

Dekker, Van der Kooi & Meder: Van Aladdin tot Zwaan Kleef Aan.

Meder (ed.): Van Kikvors tot Droomprins. Over de Wording van het sprookje. Online: http://www.docvolksverhaal.nl/images/stories/file/KikvorsDroomprins.pdf

Marina Warner: Once upon a time: a short history of fairy tale.

Advertisements

1 Comment

Filed under Uncategorized

One response to “Het is weer profielwerkstukkentijd!

  1. Natuurlijk kreeg ik een vriendelijk bedankje retour van de meiden, want zo zijn ze altijd wel:

    Beste heer Meder,

    Heel erg bedankt voor uw uitgebreide antwoorden! U heeft ons hier heel erg mee geholpen!

    Met vriendelijke groet,
    Anneke, Channell, Josien en Britt

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s