Monthly Archives: June 2015

Waarom heet Assepoester geen Assepoetser?

Assepoester met blaasbalg (centsprent)

Assepoester met blaasbalg (centsprent)

Assepoester is als sprookjespersonage beroemd geworden dankzij Charles Perrault en zijn Contes de ma mère l’oye (Sprookjes van Moeder de Gans) dat voor het eerst verscheen in 1697 – eind 17e eeuw dus.

Hij heeft het sprookje van Assepoester in de mondelinge overlevering gehoord: er bestaan al Chinese varianten op het verhaal daterend uit de 7e eeuw. Er bestaat ook een klassieke Griekse versie van het sprookje, en begin 17de eeuw (1634) schreef de Italiaan Gambattista Basile al La Cenerentola.

De door Perrault geschreven versie is echter het bekendst geworden. De heldin heet hier Cendrillon. Het Franse ‘cender’ betekent as, en het verkleinwoordje maakt de naam tot “klein as-meisje”. De Italiaanse naam Cenerentola is aan de Franse taal ontleend; ‘cenere’ betekent as en -tola is het verkeinwoordje. In de Engelse vertaling is het precies zo gebleven. ‘Cinder’ is een oud woord voor as, en met de verkleinvorm -ella betekent haar naam dus weer “klein as-meisje”.

In het Duits wordt haar naam Aschenbrödel of Aschenputtel. De namen betekenen allebei zoiets als as-bron of as-wolk, maar Aschenbrödel is al sinds de middeleeuwen een bestaand woord en synoniem aan keukenmeid.

In het Nederlands en het Fries is het Assepoester geworden, en Jiskepûster. Een Jiskefet in het Fries is een as-emmer of asbak, dus ook hier is de associatie met as duidelijk. Het woord Assepoester bestond al vóór de vertaling en er werd figuurlijk een keukensloofje mee bedoeld. De vertaler zal wel met opzet voor dit begrip hebben gekozen.

Die as is het as van het vuur. Wij kunnen tegenwoordig de verwarming of het fornuis met één knop aan- of uitzetten, maar vroeger – vóór het zwavelstokje – was men afhankelijk van een continu haardvuur in de woonkamer en/of de keuken. Dat vuur moest voortdurend aangehouden worden en mocht niet uitgaan, anders moest men bij de smid nieuw vuur gaan kopen (die verkocht je dan een gloeiend kooltje in een vuurkorfje).

Het vuur dag en nacht aanhouden was een nederig en smerig werkje. Bovendien moest je het hele etmaal opletten dat het vuur niet uitging, en moest er regelmatig as uit de haard geschept worden om het vuur niet te versmoren. Tegelijk moest de keuken schoon blijven, want daar werd het eten klaargemaakt.

Dan de vraag: waarom heet “Assepoester” geen “Assepoetster”?

Er zijn versies van het sprookje waarin ze wel een poetster (de vrouwelijke vorm) genoemd wordt, maar dat zou op een vergissing of een verspreking kunnen berusten van een verteller die Assepoetster meer logisch zou vinden als naam. Ze is in elk geval dus een nederige keukenmeid, die voor het vuur moest zorgen, en de keuken schoon moest houden van as. ‘s Nachts moest ze in de keuken bij het vuur blijven slapen, in de as als het ware. Een lelijker woord dat in het Nederlands gebruikt werd is “Asgat”.

Het meest voor de hand liggende antwoord lijkt dus: zij moest de as wegpoetsen en heette daarom Assepoetster. Het woord poetster laat zich echter niet makkelijk uitspreken en het is veel makkelijker als er een t onuitgesproken blijft. Niet dat zulk soort verschijnselen nu vaak optreden in het Nederlands.

Het is evengoed mogelijk dat er in het Nederlands en het Fries wordt teruggegrepen op een ouder en regionaal werkwoord “poesten” dat “blazen” of “aanblazen” zou betekenen. Af en toe moet men immers het vuur aanwakkeren door het aan te blazen (van zuurstof te voorzien). Dat kan met de mond, maar gebeurde in de 17e en 18e eeuw met de blaasbalg. “Asseblaaster” of iets dergelijks wordt de heldin in een sprookje nooit genoemd. Kennelijk werd toch voor het ouderwetse woord “poesten” gekozen, omdat Assepoester ook al de bijbetekenis keukensloof had – dit is ook het standpunt dat het Woordenboek der Nederlandse Taal inneemt.

Ga er maar van uit dat Assepoester zo heet omdat ze de vernederende keukentaak heeft gekregen om het vuur aan te houden, de as eruit te scheppen en de keuken schoon te houden.

Tot slot: dat Assepoester een priesteres zou zijn die voor het heilige haardvuur zorgt, is volkomen uit de lucht gegrepen en in tegenspraak met haar rol als verschoppeling. Het zorgen voor het vuur is juist haar vernederende straf, niet haar verdienste. Associaties met priesteressen (die in de 17e eeuw helemaal niet bestonden) suggereren een diepe ouderdom in een gedroomd heidens germanendom dat nooit in die vorm bestaan heeft.

In het Vlaams krijgt Assepoester soms ook alternatieve namen als Aschekladdeken en Vuilvelleken, denigrerende scheldnamen die allemaal de onreinheid van het miskende sloofje moeten benadrukken.

Advertisements

Leave a comment

Filed under Uncategorized