Monthly Archives: December 2014

Hoe drukwerk de mondelinge traditie levend houdt

Krant_1649-2-27_BoerEnRuiterMomenteel wordt voor Delpher, onder leiding van prof. dr. Nicoline van der Sijs, een grote hoeveelheid 17e-eeuwse kranten afgeschreven door 150 vrijwilligers. Scannen en OCR-en heeft in dit geval weinig zin: het drukwerk is slecht van kwaliteit en bovendien in Gotische letter gezet, en dat is voor Optical Character Recognition nog een onoverkomelijk struikelblok.

Onlangs zat Gijs Doorenbos uit Amersfoort, één van de vrijwilligers, een kort berichtje af te schrijven uit de krant Tydinghe uyt Verscheyden Quartieren uit 1649, en het verhaaltje deed hem sterk denken aan het verhalende lied over Boerke Naas (1868) van Guido Gezelle van ruim twee eeuwen later. In de 17e-eeuwse krant stond te lezen:

Als dese daghen een Ruyter seker Boer, dewelcke zijn Overigheyt zijne jaerlickse Schattinghe brenghen wilde, op ‘t Veldt aengerant ende hem dat Geldt afgenomen heeft, heeft de Boer den Ruyter gebeden, dat hy hem een gat door zijn Hoet ende een door zijn Rock schieten wilde, ten eynde hy ‘t selve zijne Overigheydt toonen konde, als nu de Boer sach dat de Ruyter beyde zijne Pistolen hadde ghelost, heeft hy hem van ‘t Peert ghetrocken ende vermoordt, zijn geldt wederom ghenomen, ende zijne Overigheydt het Geldt ghebrocht, ende dese saecke vertelt.

[Vrije vertaling: Een boer was onlangs met de jaarlijkse belastingopbrengst op weg naar de autoriteiten, toen hij in het vrije veld door een ruiter van zijn geld werd beroofd. De boer verzocht de rover om een gat in zijn hoed en zijn mantel te schieten, zodat hij de mensen van de overheid kon bewijzen dat hij beroofd was. De ruiter trok zijn beide pistolen en schoot ze leeg. Daarop trok de boer de rover van zijn paard, sloeg hem dood, pakte zijn geld weer dat hij is gaan afdragen aan de overheid, waar hij de geschiedenis uit de doeken deed.]

De gelijkenis met Boerke Naas valt niet te ontkennen. Als het boertje twee runderen heeft verkocht op de veemarkt, keert hij naar huis terug met een zak met geld en een nieuw aangeschaft zevenschots pistool. Onderweg wordt hij overrompeld en beroofd. Hoe moet ik dat thuis aan mijn vrouw uitleggen, vraagt Boerke Naas, en hij verleidt de rover om een kogel door zijn hoed, zijn jas en zijn broek te schieten. Daarna heeft de rover geen kogels meer, maar “Ik wel” zegt Boerke Naas en haalt zijn zevenschots tevoorschijn. Hij jaagt de rover op de vlucht en komt behouden thuis met zijn geld.

Doorenbosch vroeg zich af of we hier wellicht te maken hebben met een volksverhaal, en dat klopt inderdaad. Het anekdotische verhaal staat in de internationale volksverhalencatalogus geregistreerd als AT 1527A (Robber Induced to Waste his Ammunition) en tegenwoordig als ATU 1527A (The Robber Disarmed). Het verhaal is vooral in Europa terug te vinden en de oudst bekende versie komt uit het 14e-eeuwse boek Scala coeli (No. 542) van Johannes Gobi Junior.

De Nederlandse Volksverhalenbank bevat meerdere versies van het ATU 1527A-type. Er bestaan globaal twee variante plots:

1. Deze versie is het oudst en stamt uit de tijd dat het vuurwapen nog niet was uitgevonden. De held wordt beroofd en vraagt of de rover zijn hand wil afslaan met zijn zwaard, als bewijs dat hij overvallen is. De held houdt zijn hand tegen een boom, maar trekt hem net op tijd weer weg, waardoor het zwaard in de boom komt vast te zitten. De held weet het zwaard als eerste uit het hout te trekken en vermoordt de rover. Deze versie is in Nederland nog tot in de 20e eeuw terug gevonden in de mondelinge overlevering

2. Hier verleidt de held de rover om zijn pistool leeg te schieten op zijn kleding. Verreweg de meeste versies uit de Volksverhalenbank volgen deze plot.

Held en rover blijven regelmatig anoniem, maar in een Noord-Hollandse versie zijn het de criminelen Platte ( = Lepe) Thijs en Schinderhannes die elkaar ontmoeten. In een Achterhoekse versie is de rover Schinderhannes en de held de Achtkante ( = dubbel vierkante) Boer.

Volgens een enigszins achterhaalde romantische theorie zal dit verhaal dus zo’n zes eeuwen in een autonome mondelinge overlevering hebben gecirculeerd. Onderzoekers hebben echter steeds meer de neiging om drukwerk te beschouwen als tussentijdse aanjagers van de mondelinge traditie. Het bovenstaande krantenbericht zal ook in andere kranten verschenen zijn – één andere vrijwilliger van Delpher was het verhaal ook al tegengekomen.

Aernout_van_Overbeke_door_H_CauseIn de derde kwart van de 17e eeuw hield de Haagse advocaat Aernout van Overbeke een persoonlijk moppenboek bij; hij gebruikte de moppen om er zijn eigen conversatie mee te kunnen larderen, en het handschrift is dan ook nooit gepubliceerd destijds. Het ATU 1527A-type vinden we bij Van Overbeke terug als mop nummer 2330 in zijn Anecdota sive historiae jocosae (Anekdoten of Grappige Geschiedenissen). Woorden, zinnen en plot lijken zo verdacht veel op het krantenbericht, dat het haast niet anders kan dan dat Van Overbeke het verhaaltje uit de krant heeft overgenomen of geparafraseerd:

Een boer willende sijn schattinge aen sijn overicheyt brengen, wierdt hem sulcx onderweechs van een ruyter afgenomen. De boer seyde tegen den ruyter: ‘Als ick sulcx al tegen de overicheyt seyde, dat het mij onderweegs afgenomen is, soo sullen se mij niet geloven, daerom soo schiet een gat in mijn hoedt ende één door mijn rock, opdat ick hun sulcx toonende, moge gelooft worden.’ De ruyter schoot hem dieswegen met het eene pistool door den hoedt ende met het ander door den rock. Doen hij nu allebeyde sijn pistoolen gelost hadde, greep hem de boer aen en smeet hem van ‘t peert, sloeg hem doot, nam sijn gelt weder ende reedt met het peert door.

Blijkbaar vatte Van Overbeke deze vertelling op als mop, en niet zozeer als waargebeurde geschiedenis. Als hij de mop in gezelschap weer heeft naverteld, dan zou dit een mooi voorbeeld kunnen zijn van een gedrukte vertelling die heeft gezorgd voor de re-oralisatie van een al langer bestaand volksverhaal.

Advertisements

1 Comment

Filed under Uncategorized